Spelregels ijshockey
IJshockey gaat hard en het gaat snel, en de scheidsrechter fluit dingen die vanaf de tribune niet altijd te volgen zijn. Op deze pagina staan de regels die je het vaakst tegenkomt: de zones op het ijs, offside, icing, de straffen en het power play. Ben je nieuw? Lees de zones eerst — al het andere bouwt daarop voort.
The Rules of Ice Hockey - EXPLAINED!
Video van Ninh Ly · Op YouTube bekijken
Het ijs en de drie zones
Twee blauwe lijnen verdelen de baan in drie zones. Welke zone welke is, hangt af van het team dat je volgt: jouw verdedigende zone is de aanvallende zone van de tegenstander. Vrijwel elke regel hieronder — offside, icing, waar de face-off komt te liggen — is uiteindelijk een regel over lijnen. Begin dus hier.
De drie zones
- Verdedigende zone
- De zone waarin je eigen doel staat. Hier verdedig je, en hier begint de opbouw naar voren.
- Neutrale zone
- Het middenstuk tussen de twee blauwe lijnen, met de rode middellijn erdoorheen. Hier wordt afgevangen, omgeschakeld en gewisseld.
- Aanvallende zone
- De zone waarin het doel van de tegenstander staat. Ligt de puck er eenmaal in, dan mag je blijven aanvallen tot de puck de zone weer verlaat.
De lijnen
- De twee blauwe lijnen
- Ze begrenzen de zones en bepalen offside: de puck moet als eerste over de blauwe lijn de aanvallende zone in.
- De rode middellijn
- De lijn op de helft van de baan. Hij verdeelt het ijs in twee helften en bepaalt vanaf waar icing geldt.
- De doellijnen
- De lijnen die over de volle breedte van de baan door beide doelen lopen. Een doelpunt telt pas als de puck volledig over de doellijn is; dezelfde lijn bepaalt of een puck icing is.
Een lijn hoort bij de zone die hij begrenst en hij is dertig centimeter breed. Een puck of schaats die de lijn nog raakt, is de zone dus nog niet uit.
How Offside, Icing and Zones work in hockey | NHL 101
Video van Cheap Seats Sports · Op YouTube bekijken
Offside
Offside betekent: een aanvaller was eerder in de aanvallende zone dan de puck. De puck moet als eerste over de blauwe lijn — dat is de hele regel. Hij houdt aanvallers weg van een plek voor de goalie waar ze alleen maar op een lange pass staan te wachten.
Je schaatsen tellen, je stick niet
Bepalend is waar je schaatsen zijn, niet je stick en niet je lichaam. Zolang op het moment dat de puck de blauwe lijn passeert nog één schaats die lijn raakt of erachter staat, sta je goed. Je stick mag dus rustig de zone in steken. Zijn beide schaatsen volledig over de lijn voordat de puck er is, dan is het offside.
Delayed offside
Gaat de puck de zone in terwijl er een aanvaller te vroeg was, en heeft nog niemand van de aanvallende ploeg de puck geraakt, dan steekt de lijnrechter zijn arm omhoog: delayed offside. Het spel gaat door. Zodra alle aanvallers de zone weer hebben verlaten — het zogeheten tag-up — laat hij zijn arm zakken en is er niets aan de hand; het aanvallen mag opnieuw beginnen. Raakt een aanvaller de puck of zet hij druk voordat de zone is vrijgemaakt, dan wordt er alsnog gefloten.
Waar komt de face-off?
Na een offside gaat de face-off terug naar de neutrale zone, naar het face-offpunt dat het dichtst bij de overtreding ligt — net buiten de blauwe lijn die je te vroeg passeerde. De aanvallende ploeg raakt zo de opgebouwde aanval kwijt, maar wordt niet terug naar eigen ijs gestuurd.
Icing
Icing is: je schiet de puck vanaf je eigen helft — dus van achter de rode middellijn — over de doellijn van de tegenstander, zonder dat er onderweg iemand aan komt. Het is de regel die voorkomt dat een ploeg onder druk de puck eindeloos het hele veld door kegelt.
Wanneer het géén icing is
Niet elke lange pass over de doellijn wordt afgefloten. De belangrijkste uitzonderingen:
- De verdedigende ploeg kon erbij. Oordeelt de lijnrechter dat een verdediger — de goalie telt niet mee — de puck had kunnen spelen voordat die de doellijn passeerde, dan wordt de icing afgewuifd.
- De ploeg speelt in ondertal. Wie een straf uitzit mag de puck weggooien: shorthanded bestaat er geen icing. Dat is precies waarom een penalty kill zoveel clears kan maken.
- De puck kwam rechtstreeks van een face-off, of raakte onderweg een tegenstander, de goalie of een van de doelen. En een puck die de doellijn niet volledig passeert, is sowieso geen icing.
Waarom icing pijn doet
De face-off komt terug in de verdedigende zone van de ploeg die de icing maakte, dus diep op eigen ijs. Belangrijker nog: die ploeg mag niet wisselen. De lijn die de puck net weggooide moet blijven staan, vermoeid en wel, tegenover een uitgeruste lijn van de tegenstander. Dat is de echte straf; de plek van de face-off is maar het halve verhaal.
Offsides and Icing Explained
Video van 5th and Goal Sports · Op YouTube bekijken
Straffen
Wie een overtreding maakt gaat naar de strafbank, en zijn ploeg speelt zolang met een man minder. Hoe lang dat duurt hangt af van de zwaarte van de overtreding. Voor de meeste straffen gebruiken Nederlandse spelers gewoon de Engelse term.
Minor — 2 minuten
De gewone straf. Twee minuten strafbank en zolang spelen in ondertal. Bij een dubbele minor (double minor, 4 minuten) — bijvoorbeeld een hoge stick waarbij bloed vloeit — worden twee straffen van twee minuten achter elkaar uitgezeten.
De straffen die je het vaakst hoort
- Haken (tripping)
- Met stick, schaats of been een tegenstander laten vallen.
- Hooken (hooking)
- De stick als haak gebruiken om een tegenstander af te remmen.
- Vasthouden (holding)
- Een tegenstander of zijn stick vastpakken en zo ophouden.
- Slaan (slashing)
- Met de stick op een tegenstander of op zijn stick hakken.
- Hoge stick (high-sticking)
- De stick boven schouderhoogte tegen een tegenstander. Vloeit er bloed, dan volgt een dubbele minor.
- Cross-check
- Met de stick in twee handen, los van het ijs, tegen een tegenstander duwen of stoten.
- Hinderen (interference)
- Een speler afstoppen die de puck niet heeft — of de goalie in zijn crease in de weg lopen.
- Roughing
- Onnodig ruw duwen, trekken of stompen, meestal na de fluit.
- Delay of game
- Het spel ophouden: de puck vanuit eigen zone over de boarding schieten, het doel opzettelijk verschuiven of de puck onnodig vastleggen.
- Te veel spelers (too many men)
- Bij een wissel staat er een zesde veldspeler op het ijs. De ploeg wijst zelf aan wie de twee minuten uitzit.
Major — 5 minuten
Dezelfde overtreding wordt een major wanneer ze hard, roekeloos of gevaarlijk is uitgevoerd, of wanneer er letsel uit voortkomt: een slashing op de pols, een check tegen het hoofd, iemand met kracht tegen de boarding. Vechten levert vrijwel altijd een major op. Het grote verschil met een minor: een major wordt volledig uitgezeten. Scoort de tegenstander na dertig seconden, dan loopt de klok gewoon door — hij mag in die vijf minuten vijf keer scoren en de speler blijft zitten. Bij een major volgt bovendien vaak een game misconduct.
Misconduct — 10 minuten, en game misconduct
Een misconduct stuurt de speler tien minuten naar de strafbank, maar de ploeg speelt niet in ondertal: een ploeggenoot vervangt hem op het ijs. Het is de straf voor gedrag richting de scheidsrechter, aanhoudend commentaar of ruzie zoeken na de fluit. Een game misconduct betekent einde wedstrijd voor die speler: hij gaat naar de kleedkamer en de wedstrijdleiding beslist over verdere maatregelen.
Penalty shot
Een strafbal volgt wanneer een speler een duidelijke scoringskans wordt ontnomen door een overtreding van achteren of van opzij, terwijl hij alleen op de goalie afgaat en er geen verdediger meer tussen staat. Ook wanneer een verdediger — de goalie niet meegerekend — de puck in het eigen doelgebied met de hand oppakt, of het doel opzettelijk verschuift tijdens een breakaway of in de slotminuten, wordt er een penalty shot toegekend. De speler start met de puck op de middenstip en gaat één-tegen-één op de goalie af. Het is raak of het is voorbij: er is geen rebound.
Het verschil dat je moet onthouden
Een minor stopt zodra de ploeg in overtal scoort — de speler mag er dan meteen uit. Een major loopt door tot de laatste seconde, hoeveel doelpunten er ook vallen. Daarom is een major tegen een goed power play vaak wedstrijdbeslissend.
Every NHL Penalty Explained in 15 Minutes
Video van The NHL Explainer · Op YouTube bekijken
Power play en penalty kill
De ploeg met een man meer speelt power play; de ploeg in ondertal doet de penalty kill. In het power play wordt beduidend vaker gescoord dan bij gelijke sterkte, dus een straf is een reëel risico en geen formaliteit.
5-tegen-4
De standaardsituatie: één straf tegen. Het overtal zet zich vast in de aanvallende zone en laat de puck rondgaan tot er een schietlijn ontstaat; de ploeg in ondertal verdedigt in een box en probeert de puck weg te werken. Omdat icing niet geldt voor de ploeg in ondertal, mag die de puck van eigen doellijn tot in de andere hoek van de baan schieten.
5-tegen-3
Twee straffen tegelijk tegen: dubbel overtal, en de gevaarlijkste situatie die er is. Een ploeg zet nooit minder dan drie veldspelers plus de goalie op het ijs — een derde straf wordt in de wacht gezet en gaat pas lopen zodra de eerste is afgelopen. Valt er bij 5-tegen-3 een doelpunt, dan eindigt alleen de minor die het langst loopt; daarna staat het 5-tegen-4 en telt de tweede straf verder.
Scoren in ondertal
Scoort de ploeg die de straf uitzit — een shorthanded goal — dan verandert er niets aan de straf: de speler blijft zitten en het power play loopt gewoon door. Alleen een doelpunt van de ploeg in overtal beëindigt een minor voortijdig.
Delayed penalty
Ziet de scheidsrechter een overtreding terwijl de benadeelde ploeg de puck heeft, dan steekt hij zijn arm omhoog en laat hij doorspelen: de straf wordt uitgesteld tot de overtredende ploeg de puck aanraakt. De benadeelde ploeg haalt in die seconden vrijwel altijd de goalie naar de bank voor een extra veldspeler — een 6-tegen-5 zonder risico, want zodra de tegenstander de puck raakt wordt er gefloten. Valt er in die fase een doelpunt, dan vervalt een aangekondigde minor.
Opzet van een wedstrijd
De klok in het ijshockey is effectieve speeltijd: hij stopt bij elke onderbreking en loopt pas weer als de puck valt.
Drie periodes van twintig minuten
Een officiële wedstrijd bestaat uit drie periodes van twintig minuten zuivere speeltijd, met een pauze ertussen waarin de ploegen van kant wisselen. Doordat de klok bij elke fluit stilstaat, duurt een periode in werkelijkheid flink langer dan twintig minuten. Staat het na drie periodes gelijk, dan volgt in de meeste competities een verlenging met minder spelers op het ijs — meestal 3-tegen-3 — en daarna een shoot-out.
En in de House League
House-league wedstrijden zijn vaak korter en worden regelmatig met een doorlopende klok gespeeld; hoeveel tijd er is, hangt af van het ijs dat die avond geboekt is. De begintijd van je wedstrijd staat in de agenda, en je teamcaptain weet hoe de avond is ingedeeld.
Bekijk de agenda